U bevindt zich hier:

Geen schorsing CZ-vonnis

28 augustus 2014

Zorgverzekeraar CZ heeft hoger beroep aanhangig gemaakt tegen het vonnis van de voorzieningenrechter Zeeland-West-Brabant van 19 juni jl., waarin is geoordeeld dat drie zorgverzekeraars, waaronder CZ, moeten worden aangemerkt als aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingswet 2012. In een tussenarrest van 19 augustus jl. heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat de door CZ gevorderde schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de voorzieningenrechter niet wordt gehonoreerd.

Volgens CZ had de voorzieningenrechter zich in zijn vonnis rekenschap moeten geven van de reikwijdte van een eventuele beslissing zorgverzekeraars als aanbestedende dienst aan te merken. De beslissing van de voorzieningenrechter heeft namelijk grote gevolgen voor alle inkoopprocedures die CZ volgt en wil volgen. Indien de uitvoerbaarverklaring bij voorraad in stand blijft en indien ofwel dit hoger beroep niet als spoedappel wordt behandeld ofwel het hof aanleiding zou zien prejudiciële vragen te stellen, blijft voor de duur van het geding de beslissing van de voorzieningenrechter de verhoudingen in Nederland bepalen. Aanspraak maken op naleving van de beslissing is bij die stand van zaken niet de uitkomst van een redelijke belangenafweging, aldus nog steeds CZ.

Het hof is van oordeel dat het betoog van CZ feitelijk niet meer inhoudt dan een bestrijding van de juistheid van de beslissing van de voorzieningenrechter en van de aan die beslissing ten grondslag gelegde rechtsoverwegingen. Het enkele feit dat ook een andere beslissing mogelijk was geweest, is echter geen grond om de executie van het vonnis van de voorzieningenrechter te schorsen. Dat het bestreden vonnis grote impact heeft, zoals CZ stelt, evenmin, aldus het hof.

Naast een vordering tot schorsing van het vonnis, hebben Achmea en de Vereniging Zorgverzekeraars Nederland (ZN) verzocht om te mogen interveniëren. Het hof heeft, evenals de voorzieningenrechter, dit verzoek tot tussenkomst toegewezen. De procedure zal dus worden voortgezet met enerzijds Hollister en anderzijds CZ en als tussenkomende partijen Achmea en ZN.

Daarna zal waarschijnlijk in het najaar een datum voor pleidooi worden bepaald. Een beslissing in hoger beroep komt naar alle waarschijnlijkheid niet op tijd voor de inkoopprocedures voor het jaar 2015.

Bron: rechtspraak.nl; dirkzwagerams.nl

Terug